daxxa nbbu

Met het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in Balans wordt arbeid krampachtig in het keurslijf van het vaste dienstverband geperst. Terwijl de arbeidsmarkt juist flexibiliteit nodig heeft. Ten eerste om mensen van werk naar werk te helpen in een transitiefase waarin voor een deel hun baan door technologische ontwikkelingen overbodig dreigt te worden. En ten tweede om verdere stappen richting een inclusieve arbeidsmarkt te zetten.

Dit wetsvoorstel doet het tegenovergestelde. Uitzendarbeid, inclusief payroll, wordt onevenredig duur en daarmee wordt een drempel opgeworpen voor de transitie van werk naar werk én voor de 1,2 miljoen werkzoekenden die graag aan de slag willen. Van de uitkeringsgerechtigden die weer aan de slag gaan, vindt namelijk meer dan een derde[1] werk via een uitzendbureau. In een grote arbeidsmarktregio als Rijnmond vindt van degenen die vanuit de bijstand aan het werk komen circa 70 procent een baan via de uitzendbranche. En wist u dat via het 100.000-banenplan circa 15% wordt geplaatst via de uitzendbranche? Het belang van de uitzendbranche voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt is overduidelijk. Maar het wetsvoorstel dreigt veel mensen achter te laten in een uitzichtloze uitkeringssituatie.

Wat doet dit wetsvoorstel? De WW-premie wordt naar duur van het contract in plaats van naar sector gedifferentieerd. Op zich ben ik hier voorstander van. Alleen niet van de invulling. En dan met name niet van het onrechtvaardig grote verschil in premiehoogte tussen het vaste en het flexcontract. Dat is het paard achter de wagen spannen. Met deze maatregel wordt namelijk alleen gekeken naar het principe ‘de vervuiler betaalt’ en niet naar wat een uitzendsector bijdraagt aan het weer aan het werk helpen van mensen uit de uitkering. Meer WW’ers stromen bijvoorbeeld uit naar een uitzendbaan dan het aantal uitzendkrachten dat in de WW terechtkomt.[2] De waardevolle opstap- en overstapfunctie die de uitzendsector vervult komt zo in gevaar. Dat leidt tot minder in plaats van meer balans op de arbeidsmarkt en is bovendien in strijd met het regeerakkoord.

Twee aspecten uit het regeerakkoord worden naar mijn mening niet gerespecteerd. En als ik naar het advies van de Raad van State kijk over het initiatiefwetsvoorstel Payroll is het een gedeelde mening. Het gaat om de bepalingen die stellen dat uitzenden niet geraakt mag worden en dat de wet uitvoerbaar moet zijn.

In het regeerakkoord staat dat uitzendwerk en detachering als zodanig niet ter discussie staan. Maar de definitie van payroll in dit wetsvoorstel raakt diverse vormen van uitzenden wel degelijk, zoals backoffice uitzenden, dienstverlening als in- en doorlenen, het plaatsen van arbeidskrachten in het kader van de Participatiewet of WW en de gunning van opdrachtgevers van de inhuur van uitzendkrachten aan een ander uitzendbureau. De voorgestelde definitie zorgt daarnaast voor rechtsonzekerheid, omdat per situatie moet worden bekeken of sprake is van payroll of uitzenden. Hoezo raakt deze wet uitzenden en zijn belangrijke functie op de arbeidsmarkt niet?

Ook de uitvoerbaarheid van de wet, zoals in het regeerakkoord als belangrijke randvoorwaarde opgenomen, komt in het geding. Niet alleen voor payrollers, maar ook voor uitzenders. Door uitzenders en payrollers moet per individuele arbeidsrelatie nagegaan worden of het payroll of uitzenden betreft. Dat is een enorme administratieve lastenverzwaring en vertraagt de processen aanzienlijk. Als je ondertussen bedenkt dat er circa 200.000 mensen op payrollbasis werken – 1 tot 2 procent van de totale arbeidsmarkt – en dat voor hen onverkort de cao’s voor uitzenden, de pensioenregeling en alle keurmerken en controles erop gelden, vraag ik me af of hier niet met een kanon op een mug wordt geschoten.

Denk bij de uitvoerbaarheid voor payroll alleen al aan de hoeveelheid cao’s die er zijn, ongeveer 1100, nog los van alle afwijkende regelingen van opdrachtgevers. De Raad van State stelde onlangs al dat het onwaarschijnlijk is dat de ontzorgende functie van payroll behouden blijft – een doel van het kabinet – gegeven alle complexiteit, kostenverhogingen en uitvoeringsproblemen.

Daarnaast doet de voorgestelde wetgeving de contracts- en onderhandelingsvrijheid van payroll geweld aan. Er wordt namelijk een situatie gecreëerd alsof de payrollwerknemer rechtstreeks in dienst is bij de opdrachtgever. Hierdoor hebben de payrollonderneming en de payrollwerknemer geen enkele zeggenschap meer over de vorming van de arbeidsvoorwaarden, die zonder hun inspraak zijn vastgesteld. Dit is principieel onrechtvaardig en zorgt ervoor dat er geen moment rekening is gehouden met de uitvoerbaarheid van de cao voor de payrollbranche.

Bovenop dit alles is het wrang dat vrijwel alle mensen die nu op een flexcontract werken er niet op vooruitgaan. Zij krijgen niet of nauwelijks meer zekerheid of een hogere vergoeding. Het geld dat aan extra premies wordt ingehouden komt niet ten goede aan hen, maar aan het betalen van de zekerheden van de mensen met een vaste baan. Ondertussen zien flexwerkers hun zekerheden vervliegen. Door uitzenden in te perken en veel duurder te maken en door payroll aan te pakken wordt het voor hen moeilijker van werk naar werk te gaan of vanuit een uitkering aan werk te komen.

De relatief kleine groep van 200.000 mensen die via payroll werken en volgens deze wet gelijkgeschakeld moeten worden qua arbeidsvoorwaarden, schiet er de facto niks mee op, omdat hun baan op de tocht staat. Terwijl we door de Wet WWZ inmiddels toch wel geleerd hebben dat het een illusie is dat werkgevers een vaste baan aanbieden als hun risico’s onevenredig groot zijn. Daarmee gooit het wetsvoorstel zand in de banenmotor van de Nederlandse economie, want doordat hun mogelijkheden mensen een baan aan te bieden en hun bedrijf te laten groeien worden beperkt, zijn ook mkb’ers de klos.

Zeker is dat Flexarbeid duurder wordt, zoals dat van scholieren en studenten die bewust een flexibele bijbaan combineren met school of studie of dat van werkers met allerlei soorten contracten in de tuinbouw, horeca, detailhandel of de zorg en ga zo maar door. Het wrange is echter dat ze er zelf vaak geen euro bij zullen krijgen.

Brigitte van der Burg
Voorzitter NBBU

Bron: NBBU